Zelfevaluatie

In deze zelfevaluatie reflecteer ik op de mate waarin ik de zes beroepstaken beheers. Ik beschrijf per beroepstaak hoe ik mij heb ontwikkeld, wat ik heb geleerd en waar ik nog groei zie. De evaluatie is onderbouwd met literatuur en gekoppeld aan concrete voorbeelden uit mijn praktijk.

BT1  De docent draagt er zorg voor dat hij professioneel is en blijft

Ik ervaar BT1 als een beroepstaak die ik groeiend beheers. Ik neem actief verantwoordelijkheid voor mijn eigen ontwikkeling via intervisie, de basistraining assessoren van Bureau Lente en het benutten van feedback van collega's. Ik reflecteer regelmatig op mijn eigen handelen en stel mijzelf open voor kritische vragen.

Een concreet voorbeeld is mijn deelname aan de intervisiebijeenkomsten, waarbij ik zowel eigen casuïstiek heb ingebracht als actief heb gereflecteerd op situaties van collega's. Geerts en Van Kralingen (2025) beschrijven in de reflectiespiraal (figuur 12.2) hoe professioneel leren verloopt via terugblikken, bewustwording en het ontwikkelen van alternatieven. Dit proces doorloop ik elke bijeenkomst opnieuw.

Een bewust leerpunt is de balans tussen betrokkenheid en professionele distantie. Mijn grote betrokkenheid bij studenten is een kracht, maar vraagt tegelijkertijd dat ik bewust mijn grenzen bewaak. Geerts en Van Kralingen (2025) beschrijven hoe professionele identiteit vraagt om bewuste keuzes over wat je wilt betekenen voor anderen. Die keuzes maak ik steeds bewuster.

BT2 De docent ontwikkelt een onderwijsprogramma

BT2 beheers ik op een groeiend niveau. Binnen het project Visie heb ik actief bijgedragen aan het her-ontwikkelen van het curriculum voor de opleiding paraveterinair. Mijn grootste bijdrage is de volledige EHBO-lessenreeks van acht weken die ik heb herschreven op basis van actuele inzichten van het Symposium Spoedeisende en Intensieve Zorg.

Geerts en Van Kralingen (2025) beschrijven in de onderzoek cyclus (figuur 12.4) hoe professionele ontwikkeling verloopt via handelen, gegevens verzamelen, analyseren en een plan maken. Dit is precies hoe ik mijn lessenreeks heb ontwikkeld: ik heb actuele kennis verzameld, geanalyseerd wat studenten nodig hebben op basis van het kwalificatiedossier en een lessenreeks ontworpen die ik als pilot heb uitgevoerd.

Een leerpunt is het nog beter afstemmen van werkvormen op het niveau en de leerstijl van de studenten, zodat de opbouw van theorie naar praktijk nog logischer verloopt.

BT3 De docent voert een onderwijsprogramma uit

BT3 beheers ik op een groeiend niveau waarbij ik mijn sterke punten steeds beter leer kennen en mijn ontwikkelpunten concreet aanpak. Mijn sterke punten liggen in het snel opbouwen van contact met studenten, het inzetten van activerende werkvormen en het bewaken van de spanningsboog in de les.

Van Ast, De Loor en Spijkerboer (2024) beschrijven activerende didactiek als een aanpak waarbij het leren en denken van alle studenten zichtbaar wordt gemaakt. Dit is mijn bewuste insteek: door rollenspellen, casuïstiek en gerichte vragen dwing ik studenten na te denken en een standpunt in te nemen. Onstenk (2023) beschrijft drie basisbehoeften voor motivatie en ontwikkeling: relatie, autonomie en competentie. In mijn lessen probeer ik deze drie bewust in balans te houden.

Mijn ontwikkelpunten liggen bij het duidelijker markeren van de lesstart, het gelijkmatiger verdelen van interactie over de hele groep en het bewaker van structuur, ook in klassen waar ik een sterke band mee heb opgebouwd.

BT4 De docent begeleidt studenten tijdens de leerloopbaan

BT4 is een beroepstaak waarin ik mij sterk voel en waarbij mijn natuurlijke betrokkenheid een grote kracht is. Als mentor van de derde jaar paraveterinair studenten begeleid ik studenten niet alleen op studie inhoudelijk vlak maar ook in hun persoonlijke ontwikkeling en beroepsidentiteit.

Concrete voorbeelden zijn de begeleiding van een studente met ernstige psychosociale problematiek, waarbij ik tijdig signaleerde, de studentenzorg inschakelde en transparant communiceerde met ouders. En de begeleiding van een studente tijdens een herkansingsmoment waarbij ik signalen van emotionele belasting herkende en na afloop bewust het gesprek aanging. Onstenk (2023) stelt dat alleen in een veilige en vertrouwde leeromgeving een student ingaat op uitdagingen en zich ontwikkelt. Dat principe pas ik toe in elk begeleidingsmoment.

Mijn leerpunt is het bewuster bewaken van professionele grenzen: betrokken zijn is mijn kracht, maar weten waar mijn verantwoordelijkheid ophoudt en wanneer ik moet doorverwijzen is minstens zo belangrijk.

BT5 De docent is actief betrokken bij de beroepspraktijkvorming

BT5 beheers ik op een groeiend niveau. Ik bereid studenten voor op stage via SLB-lessen, begeleid hen bij stageopdrachten en ondersteun hen actief bij het vinden van een stageplaats, ook via mijn eigen netwerk in het werkveld.

Het huidige tekort aan stageplaatsen in de veterinaire sector heeft mij geleerd hoe belangrijk het is om proactief mee te denken en creatief te zijn in het zoeken naar oplossingen. Ik spreek studenten moed in, help actief zoeken en begeleid studenten die op een minder passende stageplek zitten om toch door te zetten en hun uren af te ronden.

Een leerpunt is het nog beter structureren van de reflectiemomenten op beroepsidentiteit tijdens de SLB-lessen, zodat alle studenten daar gelijkwaardig aandacht voor krijgen, ook degenen die op het eerste gezicht weinig begeleiding nodig lijken te hebben.

BT6 De docent construeert, hanteert en evalueert beoordelingsinstrumenten

BT6 beheers ik op een groeiend niveau. Ik stel theorie toetsen op in de ELO, evalueer deze regelmatig op aansluiting bij de herziene lesstof en differentieer bewust in cesuur naar niveau. Bij proeves van bekwaamheid werk ik met het vier-ogenprincipe samen met een collega.

Geerts en Van Kralingen (2025) omschrijven een proeve van bekwaamheid als een afsluitende toets in een realistische context, waarmee wordt vastgesteld of de kandidaat de beroepscompetenties in voldoende mate beheerst en geïntegreerd weet toe te passen. Van Ast et al. (2024) beschrijven formatief handelen als een doorlopend proces van informatie verzamelen over waar studenten staan ten opzichte van de leerdoelen. Beide principes pas ik toe in mijn beoordelingspraktijk.

Een bijzondere ervaring was de afname van een proeve onder observatie van de examencommissie, waarbij ik zelf werd beoordeeld als assessor. Dit heeft mijn inzicht in objectief en criteriumgericht beoordelen concreet versterkt. Mijn leerpunt is het verder opbouwen van vertrouwen in mijn eigen oordeel als beoordelaar.

"Groei zie je niet altijd in het moment. Maar als je terugkijkt, zie je hoever je bent gekomen."

 Joyce Vrouwe van Truijen

Bronnen

De volledige literatuurlijst is te vinden op de pagina Literatuurlijst.