Beroepstaken
Als start bekwaam docent toon ik aan dat ik de zes beroepstaken beheers. Per beroepstaak beschrijf ik kort wat ik doe, hoe ik dit onderbouw en welke bewijsstukken erbij horen. De volledige bewijsstukken zijn te vinden op de pagina Bewijsstukken.
BT1 De docent draagt er zorg voor dat hij professioneel is en blijft
Professioneel handelen betekent voor mij dat ik voortdurend werk aan mijn eigen ontwikkeling, open sta voor feedback en kritisch reflecteer op mijn eigen handelen. Als zijinstromer heb ik bewust de stap naar het onderwijs gemaakt, en die keuze vraagt dat ik niet alleen vakinhoudelijk maar ook didactisch en pedagogisch blijf groeien.
Gedurende het PDG-traject heb ik deelgenomen aan acht intervisiebijeenkomsten, de basistraining assessoren van Bureau Lente gevolgd, intakegesprekken afgenomen als assessor en lesbezoeken ontvangen van collega's. Geerts en Van Kralingen (2025) beschrijven professionele identiteit als het vermogen om antwoord te geven op twee vragen: wat betekent docent zijn in mijn leven, en wat wil ik via het docentschap betekenen voor anderen? Die vragen stuur ik mij dagelijks.
Bewijsstukken: Intervisie bijeenkomsten 1 t/m 8 | Bureau Lente | SKILLS/LOB | Intakes 17 april | Lesbezoek Dieuwertje | Begeleiding student herkansingsmoment
BT2 De docent ontwikkelt een onderwijsprogramma
Het ontwerpen van onderwijs dat aansluit bij de beroepspraktijk en het kwalificatiedossier is voor mij een van de meest betekenisvolle onderdelen van het docentschap. Binnen het project Visie werk ik samen met collega's aan het herontwerpen van het curriculum voor de opleidingen paraveterinair en dierverzorging.
Mijn grootste bijdrage ligt in de module Algemene praktijkassistente, waarvoor ik een volledige EHBO-lessenreeks van acht weken heb herschreven op basis van actuele inzichten van het Symposium Spoedeisende en Intensieve Zorg. Geerts en Van Kralingen (2025) beschrijven in de onderzoek-cyclus (figuur 12.4) hoe professionele ontwikkeling verloopt via handelen, analyseren en plannen. Dit is precies hoe ik mijn lessenreeks heb ontwikkeld.
Bewijsstukken: Ontwikkeling onderwijs binnen Visie | Lesbezoek collega en vormgeven van les
BT3 De docent voert een onderwijsprogramma uit
In mijn lessen werk ik vanuit de overtuiging dat actief en praktijkgericht onderwijs het meest beklijft. Ik gebruik activerende werkvormen zoals rollenspellen, casuïstiek, quizzen en praktijkoefeningen. Van Ast, De Loor en Spijkerboer (2024) beschrijven activerende didactiek als een aanpak waarbij het leren en denken van alle studenten zichtbaar wordt gemaakt. Dat is mijn bewuste insteek in elke les.
Onstenk (2023) beschrijft drie basisbehoeften die nodig zijn voor motivatie en ontwikkeling van studenten: relatie, autonomie en competentie. Deze drie behoeften vormen de basis van mijn pedagogisch klimaat in de klas.
Bewijsstukken: Lesbezoek collega en vormgeven van les | Lesbezoek Dieuwertje | Open dag | Besluithouder van dieren | Keuzedeel diergedrag | SKILLS/LOB
BT4 De docent begeleidt studenten tijdens de leerloopbaan
Als mentor van de derde jaar paraveterinair studenten begeleid ik studenten niet alleen op studie inhoudelijk vlak, maar ook in hun persoonlijke ontwikkeling en beroepsidentiteit. Ik voer regelmatig voortgangsgesprekken, houd een kort lijntje via Teams en mail en schakel snel wanneer ik signalen zie die om zorg vragen.
Onstenk (2023) stelt dat alleen in een veilige en vertrouwde leeromgeving een student ingaat op uitdagingen en zich ontwikkelt. Dit principe pas ik toe in elk begeleidingsmoment: eerst investeren in veiligheid en vertrouwen, dan pas ruimte voor inhoud.
Bewijsstukken: BPV en begeleiding | Portfolio gesprek mentor student zorg | Begeleiding student herkansingsmoment | Communicatie en samenwerking collega | Intakes 17 april
BT5 De docent is actief betrokken bij de beroepspraktijkvorming
BPV-betrokkenheid gaat voor mij verder dan het formeel voorbereiden van studenten op hun stage. Tijdens de SLB-lessen bespreek ik structureel de stagestatus van iedere student, loop ik de stageopdrachten door en licht ik het gezien-gedaan-beheerst-principe toe. Tussentijds houd ik via mail en Teams contact om snel te signaleren als het niet goed gaat.
Het huidige tekort aan stageplaatsen in de veterinaire sector vraagt extra van mij als begeleider. Ik spreek studenten moed in, help actief zoeken via mijn eigen netwerk en begeleid studenten die op een minder passende stageplek zitten om toch door te zetten.
Bewijsstukken: BPV en begeleiding | Intakes 17 april | Bureau Lente | Open dag | Proeve afname koe stage
BT6 De docent construeert, hanteert en evalueert beoordelingsinstrumenten
Toetsing en beoordeling zijn voor mij geen losstaande onderdelen van het onderwijs maar een integraal onderdeel van het leerproces. Ik stel theorie toetsen op in de ELO, evalueer deze regelmatig op aansluiting bij de herziene lesstof en differentieer bewust in cesuur naar niveau.
Geerts en Van Kralingen (2025) omschrijven een proeve van bekwaamheid als een afsluitende toets in een realistische context, waarmee wordt vastgesteld of de kandidaat de beroepscompetenties in voldoende mate beheerst en geïntegreerd weet toe te passen. Dit is de standaard die ik hanteer bij elke proeve die ik afneem. Van Ast et al. (2024) beschrijven formatief handelen als een doorlopend proces van informatie verzamelen over waar studenten staan. Dit pas ik toe bij zowel mijn lessen als bij beoordelingsmomenten.
Bewijsstukken: Toetsing | Bureau Lente | Proeve afname koe stage | Proeve niveau 3 | Keuzedeel diergedrag | Besluithouder van dieren | Proeve observatie examencommissie

Bronnen
De volledige literatuurlijst is te vinden op de pagina Literatuurlijst.